Standpunten

Brief met vragen aan Rekenkamer

Rekenkamer verschaft onjuiste informatie aan de Raad

n 28 b 2017

 

 

 

De Rekenkamer van de gemeente Leudal

Postbus 3008

6093 ZG Heythuysen

 

Onderwerp: rekenkamerbrief Ontwikkeling Park Leudal Oost

Haler, 26/28 november 2017

 

Geachte Rekenkamer,

 

Uw brief van 15 november jl. over de ontwikkeling van Park Leudal Oost is voor mij aanleiding om te reageren omdat er nogal stellige uitspraken worden gedaan (bijvoorbeeld dat de risicoanalyse “foutief” is)  die dan vervolgens niet of onvoldoende onderbouwd worden.  Dit roept de vraag op of de Rekenkamer wel voldoende deskundig is om een dergelijk vraagstuk te beoordelen c.q. hierover te adviseren.

Die vraag is gebaseerd op de volgende zes overwegingen.

1.      Een onderbouwing ontbreekt waar de rekenkamer de absolute uitspraak op baseert dat middelen aangetrokken kunnen worden tegen 0,1%-0,5% voor vergelijkbare projecten (qua omvang en risicoprofiel). Zoals uit het antwoord van de Burgemeester en Wethouders van 21 november jl. blijkt dient  “op grond van nieuwe regels op basis van het BBV de gemeente op eenduidige wijze om te gaan met het toepassen van het marktconforme rentepercentage voor haar activiteit in het economisch verkeer. Voor deze activiteit past de gemeente een marktconforme rentepercentage van 2,5% toe”. Dus de gemeente Leudal kan daarom alleen al geen lening aantrekken en verstrekken aan ark Leudal Oost  tegen 0,1%-0,5%. Bovendien speelt hierbij het aspect  staatssteun (Europese regelgeving).

2.      Integrale projectfinanciering: die situatie bestaat nu (nog) niet in Leudal. Dus geen realistisch advies op dit moment voor deze situatie.

3.      Niet onderbouwd is of en zo ja hoe groot de risicoreductie zal zijn als sprake is van Open Club filosofie. Naar mijn gevoel overschat de rekenkamer dit effect op de risicoreductie volkomen.

4.      De absolute stelling dat, omdat niet gesproken wordt over een hypotheekrecht, de risicoanalyse foutief is. De rekenkamer had moeten weten, en anders moeten onderzoeken, of inderdaad geen sprake is van sprake van hypotheekverstrekking. Het is de rekenkamer zeer aan te rekenen een dergelijk absolute uitspraak te doen zonder dat dit onderzocht is.

5.      Het vraagstuk van de risicopremie wordt inderdaad door deskundigen op het terrein van de openbare financiën genoemd. Maar anders dan de rekenkamer hebben deze deskundigen juist kritiek op deze – door de rekenkamer aangehangen – geïsoleerde benadering. Het is jammer dat de rekenkamer de richting van dit deskundigenoordeel niet noemt.

6.      De rekenkamer onderschat het effect van faillissement. Als er een faillissement van Park Leudal Oost komt is het de vraag of, en zo ja, tegen welke prijs het failliete vastgoed zal worden overgenomen. Dit risico ligt nadrukkelijk bij de hypotheekverstrekker; in dit geval de gemeente Leudal die voor de dan nog openstaande miljoenenlening moet opdraaien.

 

Zoals gezegd ben ik van oordeel dat door het niet onderbouwde maar desondanks stellige karakter van de rekenkamerbrief, de rekenkamer in deze geen positieve bijdrage heeft geleverd aan de kwaliteit van de besluitvorming door de raad. Eerder een belemmering zoals is toegelicht.

Commissie Sociaal

Dat de rekenkamerbrief absoluut geen bijdrage heeft geleverd aan de beraadslagingen verstrekken van onjuiste informatie over de rente, het bagatelliseren van de risico’s en het faillissement  bleek eens te meer gisteravond tijdens behandeling in de Commissie Sociaal. Ik verwijs hiervoor naar het artikel in de Limburger vandaag. Ik verzoek U dan ook om een reactie op bovenstaande zes punten voor  6 december 2017.

 

Met vriendelijk groet

Gerry Teeuwen