Verkiezingsnieuws

Onderzoek Jeugdzorg

g 18 j 2019 - Thieu Wagemans

Aan: College van Leudal

Cc: Rekenkamer Leudal

Betreft: jeugdzorg

Heythuysen, januari 2019

Geacht College,

De Limburger berichtte op 12 januari jl. over tekortschietende budgetten voor de jeugdzorg. Een dag eerder ontvingen we een brief van de gezamenlijke Rekenkamers van Leudal, Nederweert en Weert die onderzoek gaan doen naar de kwaliteit van geleverde diensten. Het is heel goed dat dit onderzoek zich niet beperkt tot instanties maar dat jongeren zelf en hun ouders c.q. begeleiders centraal worden gesteld: hoe ervaren zij de kwaliteit van de geleverde zorg.

Niettemin wil ik pleiten voor een breder perspectief als het gaat om (onderzoek naar) de jeugdzorg. Aanleiding vormt dat ik de afgelopen jaren diverse malen benaderd ben met vragen c.q. klachten over het functioneren van zorgorganisaties. Een van de punten die daarbij werden aangevoerd betrof, naast de kwaliteit van geleverde diensten, ook de vraag   naar de financiering van de jeugdzorg. Organisaties zouden bijvoorbeeld eenzelfde activiteit onder verschillende noemers declareren en dus dubbel betaald krijgen. Door diensten te verbijzonderen, afhankelijk van beschikbare budgetten binnen de gemeente, zou de gemeente meer geld kwijt zijn dan nodig en bovendien zou een kritisch toezicht op  de besteding onvoldoende zijn of ontbreken. Het overleg over toekenning van gelden door de gemeente zou zich verder geheel onttrekken aan ouders c.q. begeleiders. De opmerking van de directeur van Kr8chtig in de Limburger van 12 januari jl. dat men budgetten naar eigen goeddunken zou mogen besteden wijst hier ook op.

Aan de orde is dus ook minstens de vraag hoe overheidsgelden worden besteed. Werkt een organisatie wel efficiënt? Staan de managementkosten in een redelijke verhouding tot de totale kosten? Worden de diensten met de vereiste deskundigheid geleverd? Aan de orde kan dus niet slechts zijn de omvang van het beschikbare budget maar ook de vraag of de besteding van het overheidsgeld op een verantwoorde wijze plaatsvindt. Reeds eerder vroeg ik aandacht voor een krachtiger sturing vanuit Leudal op externe organisaties. Nu de verantwoordelijkheid van gemeenten met betrekking tot de jeugdzorg toeneemt krijgen bovenstaande vragen (nog) meer gewicht.

Graag verneem ik van U:

  1. Welke voorzieningen zijn of worden intern getroffen opdat bij de beschikbaarstelling van budgetten dubbeltellingen c.q. dubbel declareren wordt vermeden?
  2. Op welke wijze en op basis van welke informatie kan de Raad er in de toekomst op vertrouwen dat de interne organisatie van jeugdzorgorganisaties op orde is en niet nodeloos overheidsgeld binnen de organisatie zelf blijft hangen?
  3. Is het mogelijk dat in het Rekenkameronderzoek ook vragen rond het functioneren van jeugdzorgorganisaties worden meegenomen en de vraag hoe de positie en informatievoorziening van de Raad het beste kan worden georganiseerd opdat de Raad de verantwoordelijkheid ook daadwerkelijk kan waarmaken?

Graag verneem ik uw antwoord op de gestelde vragen.

Thieu Wagemans, Raadslid Ronduit Open